






|
Erfelijke progressieve doofheid |
|
OTOSCLEROSE |
|
DE DIAGNOSE |
|
Symptomen — Gehoorverlies is het belangrijkste symptoom, hoewel je dit zelf misschien niet eens goed in de gaten hebt. Waarschijnlijk zullen vrienden of familie je er als eerste op wijzen. Je zal als eerste merken dat je lage tonen niet meer goed kan onderscheiden, of dat je moeilijk iemand kan horen fluisteren. Verdere symptomen zijn duizeligheid, evenwichtsproblemen en oorsuizen. Ook belangrijk is dat je bij otosclerose geen pijn hebt!
Als je voor het eerst bij de KNO-arts komt, zal hij een gehoortest bij je afnemen. Hier kan de arts soms meteen uit concluderen of je lijdt aan otosclerose of niet. Maar omdat veel symptomen van otosclerose ook bij andere ziektes van het middenoor bestaan, weet de arts vaak niet 100% zeker of je otosclerose hebt of niet. De enige mogelijkheid om het absoluut zeker te weten is een operatie waarbij de arts een kijkje neemt in je oor. Steeds vaker kan men ook otosclerose vaststellen bij een CT-scan, dit wordt echter niet vaak gedaan. Ik zal hieronder wat uitleggen over de tests die KNO-artsen uitvoeren om een diagnose te stellen:
Spraakaudiometrie — Via een koptelefoon worden een reeks woorden gezegd die jij na moet zeggen. Dit wordt gedaan op verschillende intensiteitsniveau’s. Dit is belangrijk om het vermogen tot spraakverstaan te kunnen onderzoeken. Het kunnen verstaan van spraak hangt namelijk niet alleen af van de mate van gehoorverlies maar ook uitval van bepaalde toonhoogtes kan het verstaan van spraak moeilijker maken. Je kan namelijk wel een gesprek verstaan, maar misschien niet horen wat er precies gezegd wordt.
Stemvorkonderzoek — Als je al eens bij een KNO-arts bent geweest, weet je vast wel dat ze bijna altijd een stemvork gebruiken. Je hebt 2 verschillende testen: de test van Weber en van Rinne.
CT-scan — Zoals ik al hierboven beschreef, een CT-scan wordt niet vaak uitgevoerd. Dit komt omdat je otosclerose vaak met een CT-scan nog niet goed kan zien en omdat het een kostbaar onderzoek is. Toch komen er meer en meer artsen die de diagnose otosclerose kunnen stellen via een CT-scan. Ik zal daarom ook hierover wat uitleg geven. Een CT-scan maakt snelle röntgenfoto’s van een bepaald lichaamsdeel. Het zijn dwarsdoorsneden die doorgezonden worden naar een computer. Je wordt in een kleine tunnel geplaatst die aan de boven-, en onderkant open is. Rond je hoofd draait een buis die de röntgenstralen uitzendt. |





|
Toondrempelaudiometrie — Hierbij wordt de gehoordrempel bepaald voor de frequenties 125, 250, 500, 1000, 2000, 4000 en 8000 Hz. Via een koptelefoon worden tonen uitgezonden waarbij je op een knopje moet drukken of “ja” moet zeggen als je een toon hoort. De gehoor-drempel wordt gevonden door herhaaldelijk een toon te laten horen, waarbij de intensiteit in stappen van 5 decibel varieert. De drempel betreft het hele auditieve systeem, het geleidings-, en perceptieve deel. Je kan het geleidingsdeel omzeilen door een blokje achter het oor te plaatsen en de test te herhalen. Wat nu gevonden wordt heeft alleen betrekking op het perceptieve deel. Het verschil van de drempel van het geleidingsdeel en het perceptieve deel is het geleidingsverlies, ook wel air-bone gap genoemd. Bij een asymmetrisch gehoorverlies moet aan het beste oor soms ruis aangeboden worden. |
|
Toondrempelaudiometrie |
|
Rinne: de stemvork wordt aangeslagen en bij het oor gehouden. Hierna wordt de stemvork achter het oor op het rotsbeen (mastoïd) geplaatst. Hierdoor wordt via beengeleiding de gehoorgang en het middenoor omzeild. Als je de stemvork achter het oor zachter hoort, heb je een perceptief gehoorverlies (de Rinne test is positief). Hoor je de stemvork achter het oor beter, dan heb je een geleidingsverlies (de Rinne test is negatief).
Weber: deze test wordt na de Rinne test uitgevoerd en geeft een vergelijking van beide oren. De stemvork wordt midden op het hoofd geplaatst en er wordt gevraagd in welk oor je het geluid hoort. Rechts, links of gewoon in het midden. Het geluid gaat naar het oor met het geleidingverlies (het “slechte” oor) of weg van het oor met het perceptief verlies ( het “beste” oor). Bij een perceptief verlies hoor je het geluid dus in het beste oor en bij een geleidingsverlies in het slechte oor. Deze test is alleen bruikbaar bij een asymmetrisch gehoorverlies. Hoor je in beide oren evenveel, dan zal je het geluid in het midden horen.
Als de Rinne test negatief was (geleidingsverlies) en je hoort bij de Weber test het geluid het best in datzelfde oor, dan geeft dat een extra bevestiging van een geleidingsverlies. Had je een positieve Rinne (perceptief verlies) in beide oren en je hoort bij de Weber test het geluid beter in één oor, dan heb je een asymmetrisch perceptief verlies. |
|
Stemvorktest van Rinne |
|
Stemvorktest van Weber |
|
Stapes Reflex — De stapes reflex test is een test waarbij onderzocht wordt of het spiertje van de stijgbeugel nog werkt. Bij harde geluiden trekt dit spiertje namelijk samen om het oor te beschermen. Er wordt een dopje in je oor geplaatst dat zich als het ware vast zuigt. Hierbij wordt gelijk getest of het trommelvlies nog goed werkt. Daarna komen er harde tonen in je oor en het apparaat kan meten of daarbij het spiertje bij de stijgbeugel samentrekt, of niet. Dus om te kijken of je stijgbeugel nog werkt of niet. Bij mensen die al een stapedectomie hebben ondergaan, is deze test negatief, omdat het spiertje chirurgisch is doorgesneden. |
|
Stapesreflexmeter |
|
CT-scan |
